Cévenols, bewoners van de Cevennen

Bevolking en geaardheid
In het centraal gedeelte van de Cevennen - en dit geldt eveneens voor de causses - is het maar dun bevolkt. Alle voorzieningen (verzorgingscentra, campings en andere recreatiemogelijkheden) liggen aan de rand van de Cevennen.

De Cevenols (bewoners van de Cevennen) die het binnenland van de Cevennen bewonen, hebben de kenmerken van alle bergbewoners. Zij zijn eerder stug en terughoudend. Maar als je ze beter leert kennen, komen zij makkelijker los en zijn het heel aardige en gedienstige mensen.

Daarbij komt dat de Fransman in het algemeen niet vlug familiair gaat doen. Voordat je een Fransman (ook uit landelijke streken) bij zijn voornaam mag aanspreken, moet er nog veel water naar de zee stromen. Zij leven wel in primitieve omstandigheden, maar voelen zich daar goed bij. Ze hebben weinig comfort, leven van de kleinschalige land bouw en wat karweitjes opknappen, maar kunnen hun pastis niet missen. Meestal leven zij van de veeteelt. Dat houdt niet veel in.

In de praktijk zijn dit enige runderen en een honderdtal schapen, geiten of bokken. Overigens is aan die kleinschalige landbouw niet veel meer te verdienen. Hun behuizing en kleding mag dan al primitief aandoen, dom zijn de Cevenols allerminst. Zij weten wel degelijk wat er in de wereld omgaat. Ondanks de aanwezigheid van de kleine middenstand en de boeren zijn de Cevenols uit de zuidelijke Cevennen eerder politiek links georienteerd.

Overwegend stemmen zij voor communistische of socialistische kandidaten. Dit heeft iets te maken met de oeroude mentaliteit, eigen aan de Languedoc. Zij willen zich afzetten en dulden geen onrecht. Die laatste opmerkingen gelden ook voor de kerkelijke inrichtingen. Opmerkelijk is trouwens dat de overgrote meerderheid van de bevolking in de zuidelijke Cevennen protestants (hoofdzakelijk calvinistisch) is.

In de noordelijke Cevennen zijn de mensen dan weer overwegend roomskatholiek. De protestantse geaardheid van de zuidelijke Cevenols heeft ook weer historische gronden. Calvijn die zelf een Fransman was, week al vroeg uit naar Geneve. Van hieruit werd Frankrijk opnieuw heroverd en met succes.

In de 16de eeuw waren belangrijke gebieden in Frankrijk al protestants. Enkele figuren aan het hof van de Franse koning namen dit niet en in 1572 vond de Bartholomeusnacht plaats. Hendrik de Vierde, zelf protestants opgevoed, trachtte de partijen te verzoenen en in 1598 werd het verdrag van Nantes gesloten. Voortaan kregen ook de protestanten vrijheid van godsdienst.

Bij de dood van Hendrik de Vierde laaiden de godsdiensttwisten weer hoog op en onder het bewind van Lodewijk de Veertiende werd in 1685 het verdrag van Nantes herroepen. Hier begint, meer bepaald voor wat de Cevennen betreft, de guerilla der Camisards (1702-1710). Vanuit Geneve, via het Rhonedal en de Ardeche was het protestantisme langzaam het onherbergzame bergland van de Cevennen binnengedrongen. Het protestantisme raakte vlug ingeburgerd.

De Franse en katholieke overheden duldden dit niet. De protestantse Cevenols werden allerlei verplichtingen en beperkingen opgelegd. Er waren de dagelijkse plagerijen en schermutselingen konden dus niet uitblijven. Het verzet werd grimmiger en uiteindelijk met de wapens beslecht. Aanvankelijk waren de Camisards aan de winnende hand, maar uiteindelijk moesten zij wijken voor het overwicht. Het protestantisme in de zuidelijke Cevennen is gebleven.

Hier zijn vele richtingen actief, maar het calvinisme heeft wel de overhand. Dit calvinisme heeft hier wel een zuidelijk cachet en is veel minder strak in verhouding met het Nederlandse calvinisme. Intussen is de strijd al lang gestreden en wordt op oecumenisch vlak nauw samengewerkt met katholieken en andersdenkenden. Dit alles belet niet dat jaarlijks, op de eerste zondag van september heel wat buitenlandse protestanten naar Anduze afzakken. Zij gaan dan op zoek naar hun voorvaderen en tegelijk wordt een bezoek gebracht aan de Mas Soubeyran. Dit is het ouderlijk huis van Roland, een van de verzetsstrijders uit de Camisardstrijd, nu ingericht als museum. Zo zie je maar dat je in de Cevennen nog wat meer tegen komt dan natuur alleen.

Van transhumance tot draille
Transhumance komt van het Latijnse 'trans' (aan gene zijde) en van 'humus' (aarde). Je zou het kunnen omschrijven als de trek van de dieren in voorhistorische tijden. Het begrip is nauw verbonden met bergachtige streken en omdat je in Vlaanderen en Nederland geen bergen hebt, bestaat het woord in het Nederlands niet. Lang voordat de mens op aarde verscheen, werden de dieren, geleid door hun instinct, de bergen ingedreven op zoek naar voedsel en een veilig onderkomen.

Die verplaatsingen hadden ook iets te maken met de klimatologische omstandigheden. Wanneer in de valleien het voedsel schaars werd, zochten de dieren instinctief de malse weiden van middelen hooggebergte op. Daar vonden zij immers genoeg te eten en te drinken. Die trek bergopwaarts verliep langs eigen gebaande bergpaden. Het waren de wilde schapen, herten, paarden, everzwijnen, e.d. die de weg vrijmaakten voor de mens.

Later kwam de mens en die gebruikte immers dezelfde paden. Bergpaden werden karresporen, landwegen en zelfs autowegen. Het verschijnsel transhumance is bijna in alle bergstreken bekend. Je vindt het in het hooggebergte van: Peru, Spanje, Nigeria en ook in Zuid-Frankrijk. Hier zijn de drie belangrijke gebieden namelijk: Languedoc, Provence en Pyreneeen. 'Les drailles' is weer een woord dat in het Nederlandse taalgebruik niet bestaat. Het is de jaarlijkse trek van de schaapskuddes naar de hoger gelegen weiden. Het kan ook de 'weg' betekenen waarlangs elk jaar de kuddes opnieuw passeren.

De drailles die zich van zuid naar noord orienteren, hebben in de Cevennen en de Gevaudan duidelijk een einddoel. Het zijn er drie en zij dragen de namen van het einddoel: la draille d'Aubrac (Ganges, le Vigan, l'Aigoual, Col de Perjuret, Causse Mejean en Causse de Sauveterre), la draille de la Margeride (Saint-Hippolyte-du-Fort, Colognac, Col de l'Asclier, l'Hospitalet, Florac, Montagne de la Margeride ) en la draille du Languedoc (Anduze, Mont Lozere, Montagne du Goulet tot in de Gevaudan). Ooit waren die kuddes zeer omvangrijk.

Verzamelingen van 3000 en meer schapen waren geen zeldzaamheid. Voor de Tweede Wereldoorlog telde men in de Cevennen nog doortochten van ruim 200.000 stuks. Naar schatting zijn het er nu nog amper ca. 20.000. Deze trek start gewoonlijk rond 15 juni van elk jaar vanuit de valleien en dat gaat gepaard met allerlei feestelijkheden. Allicht zul je op je tocht in de Cevennen schaapskuddes ontmoeten.

Klimaat en beste reistijd
In de late herfst, de winter en de vroege lente regent het veel in de Cevennen, maar vanaf mei tot midden oktober kun je er naar hartelust tochten maken. Maar de maanden juli en augustus kunnen drukkend warm zijn. Tegelijk kun je vanaf ca. 10 juli tot eind augustus wat meer soortgenoten op je route verwachten.

Vooral de gites zijn dan eivol en dus moet je bij het douchen of kokkerellen je beurt afwachten. In het binnenland van de Cevennen zijn er nauwelijks toeristische voorzieningen en dus vind je er zelden toeristen. Alleen trekkers die tevreden zijn met wat primitieve accommodatiemogelijkheden, komen er volop aan hun trekken. Dus blijft de beste reistijd voor de Cevennen tussen begin mei tot eind juni en vanaf september tot omstreeks midden oktober. Omdat je in een middelgebergte zit, kunnen lichte temperatuurverschillen voorkomen.

De zomerse nachten kennen echter geen plotselinge temperatuurdalingen. Tijdens die zomermaanden is er maar weinig neerslag, maar onweer behoort tot de mogelijkheden.

In dit geval moet je de bergkam of hoogte zo snel mogelijk verlaten, niet schuilen onder alleenstaande bomen maar dekking zoeken in een verlaten bergerie (schaapsstal) of afgedankte schuur of zo snel mogelijk de dichtstbijzijnde gite of boerderij opzoeken. Gooi metalen voorwerpen van je af en hou de richting van het onweer in de gaten. Onweersbuien komen meestal in de late namiddag opzetten.

Wat de causses betreft, zijn de zomermaanden juli en augustus taboe. Op die dorre hoogteplateaus heb je nauwelijks bescherming tegen de felle zonnestralen. Begin mei kan het 's nachts nog licht vriezen, maar overdag schijnt alweer de zon. Ook hier geldt dat je er vanaf midden september tot half november terecht kunt. Zowel voor de Cevennen als voor de causses is bescherming tegen de zon noodzakelijk.

Een licht hoofddeksel, zonnebrandcreme en een goed gevulde veldfles (minimum anderhalve liter) is wenselijk. Vergeet uw regenponcho of lichtgewicht-regenjack niet. Tijdens je tocht zul je hier of daar wel bij water komen. Er zijn veel bronnetjes, anders vraag je water bij een boer. Drink nooit water uit poelen, grachten of stilstaand water.

Allerlei diersoorten die de hoger gelegen weiden bevolken, kunnen altijd infectieziekten oplopen en micropur biedt niet altijd voldoende bescherming. Leidingwater en bronnetjes geven wel voldoende zekerheid. Vaak vind je bij fonteintjes een bordje 'non potable' d.w.z. dat het water niet geschikt is voor consumptie.

Kleding en uitrusting
Wandelschoenen van het hoge type zijn zonder meer wenselijk. Bescherming van je enkels is een noodzaak, vooral omdat je op geaccidenteerd terrein loopt. De zacht verende bospaden uit je eigen omgeving zijn hier zeldzaam. Vaak moet je losliggende keien, vlakke leistenen en hobbelige weiden trotseren. Een duidelijke profielzool is eveneens noodzakelijk. Je moet wel eens steile hellingen afdalen, of langs vochtige rotspartijen (ochtenddauw) trekken, dus moet je een goede grip op het wegdek hebben. Je schoenen moeten voldoende stabiliteit hebben.

De voorvoet moet kunnen doorbuigen, maar van hiel tot enkel mogen je wandelschoenen niet meegeven. Waterdichtheid is altijd prettig, maar niet per se noodzakelijk. Echt zware bergschoenen zijn overbodig. Softwalkers of lichtgewicht wandelschoenen van de nieuwe soort kunnen volstaan.

Die schoenen hoef je niet direct in te lopen, ze zijn soepel en wegen niet zwaar. Een lichtgewicht regenponcho (ca. 300 g) of een regenjack moet steeds in je rugzak mee. Ideaal zijn de lichte regenjacks gemaakt uit Gore-tex of ander ademend materiaal.

Die houden de regen buiten terwijl je lichaamszweet wel kan ontsnappen. Die regenjas moet winden waterdicht zijn. Vergeet niet een korte broek ot shorts mee te nemen. Daaraan beleef je in deze warme streken veel plezier. Zelfs bij regenachtig weer is lopen in een korte broek nog aangenaam en daarna is alles weer snel droog. Een lichte, bij voorkeur wollen trui is voor koudere momenten nuttig. Overigens draag je alleen onderen bovengoed van wol of katoen.

Deze natuurlijke stoffen nemen vlugger je zweet op. Het beste is een bergrugzak met een ingebouwd frame of rugsteun. Die sluit goed aan bij het lichaam en dit is gemakkelijk omdat je vaak door dichtbegroeid struikgewas of langs smalle paden moet. Een slaapzak is niet per se noodzakelijk, tenzij je in een tent wilt slapen.

Er zijn veel gites d'etape op je routes en daar zijn dekens beschikbaar. Maar Franse treksters en trekkers nemen steeds hun eigen slaapzak mee, zelfs al overnachten zij in gites d'etape.

Tijdens de koudere nachten (ook tijdens de zomermaanden kan regen of wind enige afkoeling geven, echter nooit beneden het vriespunt) kan een lichtgewicht donzen slaapzak (ca. 1 kg zwaar) een aangename slaap bezorgen. De keuze is aan de trekker zelf. Ga je met de tent op stap, weet dan dat er al lichtgewicht tentjes van ca. 1,5 kg bestaan. Je moet dan in ieder geval een slaapzak en een ligmatje meenemen.

Een Therm-arestmatje is wel prijzig, maar geeft het beste comfort. Zorg er wel voor dat je rugzakgewicht binnen redelijke grenzen blijft. Trekkers met een rugzak zijn geen lastdieren en niet gewend aan zware bepakkingen. Ga je met een tent kamperen, dan is een rugzakgewicht van 10 tot maximaal 12 kg voldoende.

Overnacht je in gites d'etape dan wordt wandelen en trekken een stuk aangenamer. Het totaalgewicht van je rugzak (kleding, eten en drinken inbegrepen) kan dan beperkt blijven van 8 tot maximum 10 kg.

Bedenk dat je bergaf en bergop moet en dat te dikke personen en mensen die minder dan 50 kg wegen, verhoudingsgewijs minder gewicht mogen meesleuren.

Wandelen is niet alleen van de ene plaats naar de andere gaan. Akkoord, deze lichamelijke inspanning zal je fysiek goed doen, maar er is meer. Op stap gaan betekent ook: Genieten van de prachtige natuur, een of andere bezienswaardigheid gaan bekijken, kennis maken met de lokale bevolking en hun doen en laten. Daarbij komt ook het ontspannend gedeelte; een zwempartijtje tussendoor, je koesteren in de warme zon, zittend op een terrasje, waar je een goed glas wijn drinkt of uitgebreid geniet van een heerlijk avondmaal. Het behoort allemaal tot de rnogelijkheden. Als trekster of trekker geniet je immers dubbel van het leven.

Als je dit allemaal wilt meemaken, dan zit je in de Cevennen goed. Heel de streek ademt nog rust en kalmte uit en dat is steeds meer een zeldzaamheid geworden. Zelfs als je begin juli nog een trektocht in de streek plant, zal de eenzaamheid je er bevallen. De zon schijnt er wel vaker dan je thuis gewend bent, maar met enige voorzorgsmaatregelen is dit wel op te vangen. Er is de prachtige natuur. Het bergland met zijn grillige uitsnijdingen, diepe ravijnen en de vele bossen waar je tijdens de warme zomermaanden toch nog wat verfrissing hebt.

De bloemenpracht en de geurende kruiden zijn er in de late lente op zijn best. De herfst heeft dan weer die zachte goudgele kleuren. Met enig geluk kun je de dierenwereld bij stukjes en beetjes bekijken. En dan is er nog de autochtone bevolking. Veel zijn het er niet, immers de ontvolking heeft ook de Cevennen geteisterd. Als je als trekker of trekster de primitieve levensomstandigheden ter plekke accepteert, word je door die mensen ook aanvaard. Behandel ze niet als rare wezens of gaap ze niet aan als stereotype dieren in een dierentuin. Een 'randonneur' zal zich altijd aanpassen aan de gewijzigde omstandigheden.

Hij of zij is tevreden met een minimum aan comfort en dat valt in het binnenland van de Cevennen nog best mee. Je hebt natuurlijk aandacht voor alles wat leeft en bloeit en dus loop je niet met oogkleppen door de natuur. Als je met die instelling de Cevennen gaat bekijken, zul je er veel plezier van hebben.

Mocht je deze vakantieperiode uitkiezen om een tocht door de Cevennen te maken, dan zul je daar geen spijt van hebben. In dit godvergeten bergland krijg je nog volop de ruimte. Je kunt er urenlang rondlopen zonder huizen of mensen te zien. Naast die eenzaamheid is er nog de prachtige natuur.

Hoog in de bergen geniet je van de vele panorama's. Je loopt van de ene plaats naar het andere gehucht en je kunt onderdak vinden in een van de vele 'gites d'etape', speciaal voor trekkers uitgerust.

Bevoorradingsmogelijkheden zijn er ook, zij het niet zo dik gezaaid als in eigen land. Ook zul je naar een cafe onderweg wel eens vergeefs zoeken. Maar op het einde van elke dagtocht vind je wel het nodige gerief. En dan zijn er nog de goede en betaalbare restaurantjes. Immers, je bent met vakantie en tafelen in een ontspannen sfeer is altijd meegenomen.

Kortom, de Cevennen hebben alles om de trekster of trekker te plezieren. Dit wandelboek wil je vooral praktisch bruikbare informatie verschaffen. Je leest eerst de inleidende hoofdstukken, zodat je weet waaraan je begint. Dan volgt er een overzicht van de wandelinfrastructuur. Intussen heb je al wat tips meegekregen en kun je vanuit je luie stoel thuis al de nodige informatie inwinnen.

Je leest dan iets over de streek en zijn bewoners en tegelijk scherp je je geest weer wat. Uiteindelijk maak je een keuze uit de elf suggesties voor tochten. Bij elke suggestie krijg je opnieuw praktische gegevens waardoor je je nog grondiger kunt voorbereiden. Immers, een tocht thuis voorbereiden is al de helft van de pret.

Gewapend met een topogids of eventueel een topografische kaart die je ook in eigen land kunt kopen, ben je al halverwege. Je moet nog wel je rugzak vullen (en liefst niet te veel spullen meenemen), je wandelschoenen aantrekken en je reist naar het doel van je tocht.

Hierbij toch nog enkele opmerkingen. Alle vermelde praktische gegevens werden met de nodige zorg verzameld. Echter, een telefoonnummer kan gewijzigd zijn, een adresverandering behoort tot de mogelijkheden of een trace van een route kan verlegd zijn. Het beste is altijd even ter plekke na te gaan of een en ander nog klopt. Hopelijk beleef je veel plezier aan je tochten in de Cevennen en op de causses. Herman van Hilst Wandelgids voor de Cevennen en Causses.

Voorheen was L'Etoile een toeristisch Hotel met een prachtig park eromheen langs de rand van de rivier Allier gelegen in La Bastide-Puylaurent tussen de Lozère, de Ardèche en de Cevennen in de bergen van Zuid Frankrijk.

Voorheen was L'Etoile een toeristisch Hotel met een prachtig park eromheen langs de rand van de rivier Allier gelegen in La Bastide-Puylaurent tussen de Lozère, de Ardèche en de Cevennen in de bergen van Zuid Frankrijk. Kruising van de GR70 Stevenson route, GR7, GR72, Le Cévenol, GR700 Regordane Weg (St Gilles), Margeride Rondeweg, Allier Wandeltocht, Montagne Ardéchoise Rondeweg en veel kleine luswandelwegen.