Hoewel het Centraal Massief tot diep in Zuid-Frankrijk doordringt, wordt het toch bij Midden-Frankrijk gerekend. Dit middengebergte strekt zich uit over drie landschappen: Auvergne met zijn uitgedoofde vulkanen, de kartsvlaktes van de Causses en de beboste heuvels van de Cevennen. Rik Van Gucht trok er doorheen en zet de wandelmogelijkheden op een rijtje.
Wandelen in het Centraal Massief
Uitgebouwd wandelnet
Verlaten vulkaanlandschap
De Auvergne, het noordelijkste deel van het Centraal Massief, wordt
gedornineerd door talrijke uitgedoofde vulkanen. De hoogste vulkaantop is de
Puy de Sancy (1885 m), de meest bekende de Puy de Dôme.
Vanop de afgeplatte vulkaantoppen zijn de vergezichten
indrukwekkend. Overal rondom je steken de talloze cirkelvormige toppen boven
het landschap uit Vooral de Puy de Dome is indrukwekkend. Hij is de hoogste
vulkaan van de Monts Domes en daarom ook de Olympos van de Kelten. De Puy de
Sancy is de hoogste van de Monts Dore.
Zeven departementen
De région Auvergne heeft vier departementen, van noord naar zuid: Allier (03),
Puy-de-Dome (63), Cantal (15) en Haute Loire (43). Daarnaast strekt het Centraal
Massief zich ook uit over de departementen Aveyron (12) met ondermeer de
Causses, Lozère (48) met ondermeer de Cevennen, en Ardèche (07).
Beide ketens maken deel uit van
het Parc Naturel Régional des Volcans
d'Auvergne.De dorpen liggen er hier half
vervallen bij; nu en dan steken burchtruïnes de kop op. Van de oorspronkelijke
vulkanische vormen is nauwelijks nog wat herkenbaar, de toppen zijn afgevlakt.
Je bevindt je in een schijnbaar eindeloos en verlaten platteland met
onherbergzame bergweiden, waar alleen veeteelt de schaarse inwoners enig middel
van bestaan oplevert. Bossen brengen afwisseling en verkoeling in de naakte,
boomloze bergweiden; hier en daar staat een meertje in de uitgedoofde kraters.
In de Auvergne ontspringen ook de grootste rivieren van Frankrijk. Loire, Allier
en Dordogne hebben er hun bronnen op de hoogste vlaktes en stromen door diepe
uitgescheurde kloven. Een bijzonder onderdeel van het vulkaanlandschap van de
Auvergne is de Cantal met de Monts du Cantal en het Cézallierplateau.
Deze streek vertoont een wirwar van onregelmatige rotsformaties, waar
rivierbeddingen zich in alle richtingen voortbewegen tussen weideglooiingen,
naaldwouden, bergkammen en hoogvlaktes.
De bodem is er zeer vruchtbaar, maar de hoogte belet elke vorm van akkerbouw. Die vruchtbare gronden worden gebruikt als hooien weiland, waar grote runderkuddes grazen. Ze worden geteeld om hun vlees, maar vooral om hun melk, bestemd voor de alombekende Cantalkaas.
Kelten en Romaanse kerken
Auvergne wordt wel cens de wieg
van de romaanse bouwkunst genoemd. Hier werden talrijke kerken opgegraven en
zijn er nog heel wat overeind gebleven. Hun strenge geometrische karakter
getuigt ervan hoe soberheid en eenvoud tot kunst konden leiden. De talrijke
pelgrimstochten naar Compostela
zijn daar niet vreemd aan geweest. In sommige steden staan merkwaardige kerken
op een heuveltop. Dit is het geval in Le Puy, waar eveneens een Mariabeeld, de
Zwarte Madonna, op zo'n top prijkt. Ook bekend zijn daar de luisterrijke
kathedraal en de bouwvallige straatjes waar oude vrouwen aan kantklossen doen.
Aan de rand van het bergland van de Rouergue ligt de al sinds Jacobus bestaande etappeplaats van de pelgrimsroute naar Compostela: Conques, vooral bekend om zijn romaanse Saint-Foykerk. De bisschopsstad Saint-Flour is op een basaltplateau loodrecht op het riviertje de Lander ingeplant, naar men zegt bij het graf van Saint-Flour. Ook hier staat op het uiterste punt van een rots een kathedraal. In Saint-Nectaire zou het prachtige kerkgebouw zelfs boven het graf van de belangrijkste geloofsverkondiger uit de Auvergne gebouwd zijn.
De
oudst bekende volksstam in het Centraal Massief moeten de Liguriërs zijn geweest, een Keltische stam die zich
vooral langs de bovenloop van de Loire (Liger) heeft ontwikkeld. De meeste
streeknamen gaan terug op volksstammen uit de Oudheid, bv. de Vellaviërs, die
hun naam aan de Monts du Velay hebben gegeven. De naam Auvergne zelf is
afkomstig van de Arverni. Die hebben ooit het hele Centraal Massief onder hun
gezag gehad. Hun hoofdman, de bekende Vercingetorix, is zelfs in opstand
gekomen tegen de Romeinen, maar werd uiteindelijk door Caesar verslagen.
Later kwamen er achtereenvolgens de Vandalen, de West-Goten en de Franken de plak zwaaien. Het Keltisch werd er stelselmatig verdrongen door het Occitaans, dat tot op heden nog hier en daar gesproken wordt.
GR-routes in Auvergne
In de Auvergne en de Cantal vind je volgende GR-routes:
• Sentier de Saint Jacques. Le Puy en Velay - Figeac (GR 65), waar de randen van de dome d'Aubrac (een dome is een
bolle koepel) bijhoren;
De Causses
Franse woestijnen
Wellicht nog eenzamer dan de Auvergne en vol melancholie,
zijn de hoogvlaktes van de Causses. Die zijn opgebouwd uit kalksteen. Kalk laat
water door, zodat de bovengrond droog blijft wat uiterst eigenaardige
natuurverschijnselen oplevert. Er ontstonden karstputten, de avens
(diepe ravijnen met eindeloos vertakte spleten) die bv. de ravijn van de Jonte
hebben gevormd, en allerlei vermeende rotsformaties, zoals die van de Causses
Noir. Bekend zijn o.a. de Avens Armand, een wondermooie omvangrijke grot,
ontdekt door Louis Armand, of het amfî-theater van Novacelles middenin een
keteldal. De Causse Méjean
heeft dan weer aan zijn grenzen de extra diep uit-gesneden Tarn en diezelfde
Jonte. Die Causse is volledig kaal en lijkt een steen-woestijn: het kan er
verschrikkelijk heet zijn, maar ook bar koud, gepaard gaande met zware sneeuwstormen. Ze is
de meest verlaten streek van Frankrijk. Toch weiden herders in de zomer op de
hoogstgelegen delen een beperkt aantal schapen, beperkt om steppevorming te
voorkomen. Van hun melk komt de bekende Roquefortkaas.
Alleen op de wereld
Op een van onze tochten op de Causses passeerden
we de Avens Armand. Na een onvergetelijk bezoek aan de grot gingen we weer op
pad. Ik hield even hait om het kale, vreemde en weidse land in mij op te nemen.
Het was middag en dus snikheet en ik stelde me voor hoe de wereld er hier zou
uitzien bij het krieken van de dag of het vallen van de avond, of nog, 's nachts
bij voile maan. Daardoor verloor ik mijn metgezellen uit het oog. Ook de
GR-tekens bleken nergens houvast te bieden. Het is een naar gevoel, alleen op de
wereld te zijn. En bovendien een machteloos gevoel, zonder wit-rood. Maar
uiteindelijke doken mijn gezellen weer op.
GR-routes in de Causses
De bekendste GR's zijn:
• Tour du Larzac (GR 71 C, D / PR)
• Les Grands Causses du Rouergue (GR 62 / 62 A-B /
620)
• Causses - Aubrac - Rouergue (GR 6)
• Causses Noire (GR 62)
• Causse Noire Dargilan (GR 62 A)
• Rodez - Villefranche en Rouergue (GR 62 B)
• Cloches et Horizons en Rouergues (GR 620)
• Tour de l'Aveyron (GR 36)
De Cevennen
Harde bodem
Anders dan Auvergne en de Causses
zijn de Cevennen bijzonder rijk aan afwisse-ling. De boomrijke bergruggen van de
Cevennen omsluiten de kalkplateaus van de Causses sikkelvormig. De gesteenten
bestaan hier niet uit het doordringbare kalk, maar uit harde gra-niet en
leisteen, waardoor waterlopen niet wegspoelen in de ondergrond. De bodem is dan
ook veel dichter begroeid.
Ook is het klimaat milder dan in de Causses, met bebossing als gevolg. De tamme kastanje en de moerbeiboom komen overwegend voor. Vroeger bracht de zijderups op de moer-beibomen zijde voort en bracht ze de streek werk en enige welvaart. Nu worden zijderupsen op andere manieren gekweekt, waardoor de zijdeindustrie ter plaate is weggekwijnd.
Nationaal Park
Een groot deel van de Cevennen
behoren tot het Parc National des Cévennes. Dat omvat nog een gedeelte van de
Causse Méjean, verder ook de Lozère en de Aigoual. Die laatste vormt het
hoogste deel van de zuidelijke Cevennen. Hier werden de beuken door naaldbomen
vervangen, maar er zijn ook heel wat heidevelden en de streek biedt schitterende
vergezichten. Op zeer heldere dagen tot de Mont Blanc ! Ondanks het mildere
klimaat en afwisseling in de natuur is de bewoning in de Cevennen schaars.
Alleen in de dalen is er noemenswaardige bewoning, vooral in het Allierdal. De
afwisseling in begroeiing heeft een rijke kleurschakering tot gevolg. Bovendien
is er nog het geel van eindeloze bremvelden.
Daarnaast kan tot einde mei sneeuw
de bergtoppen bedekken. Neem hierbij de smalle en diepe rivieren en de
afwisseling is compleet. De ravijnen van de Tarn en de Allier zijn de meest
bezochte. De Tarn ontspringt op de Mont Lozère en
passeert het bekende Florac; vanaf hier bruist ze door een smalle slenk en
scheidt de Causse de Sauveterre van de Causse Méjean. Samen met Méjean Noir
vormen ze de Grands Causses, alle bestaande uit dorre grasvelden afgebakend door
diepe kloven.
Honden
Op onze tocht door de Lozère, van Cubière naar Le Page, zagen
we hoe een zestal honden een auto achternaholden en vervaarlijk tekeer gingen
tegen het voertuig. Na hun opgave vreesden we een regelrechte aanval op onszelf,
maar ze dropen samen minzaam af naar huis. We haalden opgelucht adem, want het
was nog in het predazzer tijdperk.
GR-routes in de Cevennen
• Vallées Cévenoles (GRP®), met
vijf lussen tussen Alès en l'Aigoual;
• Gorges de l'Ardèche - la Margeride (GR 4/GRP®), met de steden Alès, Florac en Saint-Flour;
• De la Rhone aux Cevennen,
gedeeltelijk in de Cevennen, tussen Avignon en l'Aigoual (GRP®);
• Tour en Pays Cévenol (GR 67),
lus op oude schapenwegen;
• Tour des Monts d'Aubrac (GRP®),
bekend om zijn bloemenpracht;
• Tour du Mont Lozère (GR 68, 6, 60), fascinerend door de grotten van Aven Armand en het labyrint van Nîsmes le
Vieux;
• Tour du Mont Aigoual (GR 66, 6,
62), langs de bekende stadjes Meyrueis, l'Espérou en Valleraugue;
• Sentier de Jacques, Le
Puy en Velay-Figeac (GR 65), tussen Loire en Lot met de doortocht langs de Aubrac;
• Du Pilat aux Cevennen (GR 7, 72), eveneens met Lozère en l'Aigoual;
Sneeuw en blaren
Het kan flink winteren in de
Cevennen. Toen we in mei in La Bastide
Puylaurent aankwamen, lagen dalen en heuvels onder
een pak sneeuw. Bovendien was het ijzig koud en waaide er een nietsontziende
Mistralwind.
Na een telefoontje bleek daarenboven geen enkele van de voorziene
overnachtingsmogelijkheden vrij.
Na lang overleg stelde iemand van ons voor de tocht in omgekeerde richting te lopen, zodat de aankomsten telkens op een andere dag plaatsvonden. En het lukte: alle gîtes waren vrij !
Gelukkig ook was de winter van korte duur, maar voor mezelf bleef het een pechtocht. Nooit had ik blaren, nu wel! Liften bracht, na lang wachten, de oplossing.
De chauffeur, die blijkbaar een pastis te veel op had, wilde me meteen naar een kliniek brengen. Ik kon hem ervan overtuigen mij naar de gîte van Les Vans te brengen. 's Anderdaags bleek het onmogelijk mijn tocht verder te zetten. Mijn gezellen trokken zonder mij verder, terwijl ik me ter plaatse verzorgde.
De dag daarop nam ik de bus naar Alès en vandaar spoorde ik naar La Bastide-Puylaurent, waar ik logies vond bij de paters van de abdij van "Notre-Dame de Neiges". Het eten was er karig, het slapen in een cel heerlijk. En wat meer is, ik was verlost van mijn pijnlijke voeten. Rik Van Gucht
Voorheen was L'Etoile een toeristisch Hotel met een prachtig park eromheen langs de rand van de rivier Allier gelegen in La Bastide-Puylaurent tussen de Lozère, de Ardèche en de Cevennen in de bergen van Zuid Frankrijk. Kruising van de GR70 Stevenson route, GR7, GR72, Le Cévenol, GR700 Regordane Weg (St Gilles), Roujanel Rondeweg, Margeride Rondeweg, Allier Wandeltocht, Montagne Ardéchoise Rondeweg en veel kleine luswandelwegen.