De Cevennen en zijn nationale park

 

 

Cevennen en causses

Cevennen en caussesLa langue d'Oc, een geval apart
Met de inval van de Barbaren (begin van de 5de eeuw) brokkelt het machtige Romeinse Rijk af. Dan volgen, wat Zuid-Frankrijk betreft een hele reeks invallen. Tussen de 5de en de 10de eeuw zijn het achtereenvolgens: de Vandalen, de Westgoten, de Franken en de Saracenen. Dit oorlogsgeweld brengt niet alleen ongemakken met zich mee, maar zorgt ervoor dat verschillende culturen zich met elkaar vermengen. Met angstige ogen wordt uitgekeken naar het jaar 1000 - men verwachtte immers het einde van de wereld - maar het liep anders af. Nieuwe landbouwtechnieken ontstonden, er kwam meer geld onder de mensen, de bevolking groeide en de weivaart nam toe. Met de economische welvaart groeit ook de cultuur (dichtkunst, troubadours, riddertijd) en het spirituele (expansie van de kloosterorden, de tempeliers, het katharisme, enz.).

Kortom, omstreeks de 12de eeuw ontstond er in de toenmalige Languedocstreek een verfijnde culturele en spirituele beschaving. Die was wel van korte duur. Volgens sommige bronnen werd de achteruitgang ingeluid met de kruistocht tegen de Albigenzen of katharen (1209). Dit verval zette zich pas goed door in de donkere 14de eeuw. De ene tegenslag volgt op de andere met de komst van de pest, de vele oorlogen en hongersnoden.

Cevennen en caussesEen taal is meer dan een communicatiemiddel. Het bepaalt mede ons doen en denken. Een goede taalbeheersing en een goed taalgebruik geeft een bevolkingsgroep vaak meer saamhorigheid. Later is niet alleen de gesproken, maar ook de geschreven taal belangrijk. Allerlei overleveringen komen immers langs die weg tot ons. Tijdens de vijf eeuwen Romeinse overheersing was de gangbare taal vanzelfsprekend het Latijn. Voor die tijd werd nog het gallo-romaans gebruikt.

In het noorden werd het latijn al vlug beheerst door Keltische en Gallische elementen. Na de inval der Barbaren wordt het noorden meer beinvloed door de Franken. Het zuiden ondergaat meer de in vloeden van de Romaanse talen en wordt daardoor door andere culturen be'i'nvloed. Benoorden het Centraal Massief sprak men toen de 'langue d'oui', in het zuiden daarentegen werd de 'langue d'Oc' gesproken. Van de Pyreneeen tot aan de Alpen werd al in de 10de eeuw de langue d'Oc als autonome taal gesproken. Catalonie, Provence, Gascogne, Limousine, Auvergne en Dauphine behoorden tot dezelfde invloedssfeer. Het oudst bekende geschreven document in het Occitaans zou het Chanson de Sainte-Foy d'Agen zijn dat van omstreeks 950 stamt. Mede onder invloed van de troubadours wordt de volkstaal tijdens de 11de en de 12de eeuw rijker. In die periode kende de Languedoc een 500-tal troubadours die samen niet minder dan ca. 2600 teksten hebben nagelaten.

Cevennen en caussesDe langue d'Oc, later het Occitaans genoemd, werd de belangrijkste Europese taal. Het Occitaans is nauw verwant aan het Latijn, maar heeft duidelijk zelfstandige trekken. Het Corsicaans en het Catalaans - beide talen worden nu nog gesproken - zijn eveneens verwant aan de langue d'Oc. De laatste decennia wordt er opnieuw geijverd voor het invoeren van het Occitaans als geschreven en gesproken taal. Aan de universiteit van Toulouse wordt het Occitaans opnieuw onderwezen en er bestaan in die streek zelfs enkele uitgeverijen die werken in het Occitaans uitgeven. In het hedendaags taalgebruik - ook in de Cevennen - kom je geregeld Occitaanse woordjes en klanken tegen. Zo is 'lou' niet een eigennaam, maar wel de benaming voor het bepaald lidwoord 'de'. Montanha (montagne) wil berg zeggen. De o wordt ou en de a op het einde van een woord wordt als o uitgesproken. Fajas is het woord voor beuk en font is een bron. Pradel betekent weide van geringe omvang en serre is een gekartelde bergketen. Pailhes is de plaats waar het stro wordt opgeslagen en zo is er nog veel meer. Onthou voorlopig maar dat in de dialecten in het zuiden heel veel Occitaanse woorden en klanken te vinden zijn.

Onderkomen zoeken
Cevennen en causses gelden als streken met erg gunstige prijzen.
In een aantal kleinere plaatsen vind je hotelletjes met matig comfort, maar bijzonder goedkoop. De echte (en drukke) toeristische infrastructuur vind je in de grotere steden, aan de rand van de Cevennen en in de buurt van belangrijke rivieren (Gardon, Tarn, Jonte, e.a.). Bijna elke plaats heeft minstens een restaurant waar je voor weinig geld een uitgebreide en lekkere maaltijd kunt genieten. De keuken in de Cevennen en op de causses is niet spectaculair gastronomisch, maar wel degelijk en goed burgerlijk. Je eet er meestal zuivere natuurprodukten. Bekend zijn gerechten aangemaakt met 'cepes', een soort grote paddestoelen, de geitekaas of ronde palardons, en vele soorten salades aangemaakt met stukjes kaas, spek en tomaten. Natuurlijk wordt alles overgoten met welriekende kruiden. De Fransman drinkt een 'vin ordinaire' of een betere landwijn.

Cevennen en caussesCevennen en causses hebben geen wijngaarden. Meestal wordt de wijn uit de naburige streken gedronken en dat kan een Costiere du Gard zijn. De laatste jaren drinken de Cevenols ook graag (buitenlands) bier. Dit vocht wordt zelden volgens de regels van de kunst geschonken en kost veel geld. Frisdranken kosten dubbel zoveel als in eigen land, maar koffie is dan weer goedkoper. Vraag je een 'cafe', dan krijg je gewoonlijk een kleine kop koffie. Un cafe au lait is een grote kom koffie met veel melk erin. Het ontbijt in Frankrijk stelt niet veel voor. Koffie, melk, wat stokbrood, boter en marmelade zijn de enige ingredienten. Je kunt beter zelf voor je ontbijt zorgen en daartoe heb je alle gelegenheid als je in gites d'etape (met keukenhoek en keukenvoorzieningen) gaat slapen.

Cevennen en caussesJeugdherbergen vind je hier niet, wel de zogenaamde 'gites d'étape'. Die zijn te vergelijken met jeugdherbergen, maar wel voor iedereen toegankelijk. Hier geldt geen leeftijdsgrens, geen sluitingstijd, maar veel gezelligheid. Je vindt ze in de buurt van GR-paden. Er is een keukenhoek, er zijn sanitaire voorzieningen (douches en toiletten) en dekens beschikbaar. Reserveren is niet strikt noodzakelijk, behalve dan voor groepen. Maar een telefoontje vooraf kan nooit kwaad. Je wordt dan wel verwacht maar de eigenlijke bevestiging van je reservering gebeurt ter plekke als je je rugzak op je bed hebt gelegd. Omdat gites d'etape (niet te verwarren met gites ruraux of vakantiewoningen) meestal prive-initiatief zijn, is elke gite anders. De laatste jaren is de gite-accommodatie in de Cevennen erg verbeterd. Vaak vind je er zelfs een open haard en soms een koelkast. Een relais is dan weer een primitieve uitvoering van een gite d'etape. Meestal is er geen douche (wel stromend water), is de ruimte er beperkt en moet je wel eens in het hooi slapen. Zowel in de Cevennen als op de Causses zijn er heel veel gites. Die liggen binnen het bereik van je tocht en in enkele plaatsen zijn er zelfs twee of meer gites. Jaarlijks wordt de bijgewerkte lijst gepubliceerd (verkrijgbaar vanaf juni).

Officieel is wild kamperen niet toegestaan in het Parc national zelf. Je kunt altijd toestemming vragen aan een boer, of je tentje in de buurt van een gite d'etape opzetten. Bedenk wel dat je in de eenzaamheid van de Cevennen maar weinig afgelegen huizen of boerderijen vindt. Een vuurtje stoken is vanwege het brandgevaar taboe. Stel je geen prijs op minimumcomfort dan kun je ook overnachten in zogenaamde 'abris' of schuilhoeken. Meestal is dit een oude bergerie of verlaten schuur en je moet dan wel een slaapzak meenemen.

Cevennen en caussesAlgemene informatie en Landschappen
Het is een middelgebergte, een zuidelijke uitloper van het Centraal Massief.
De hoogste toppen vind je in het noorden rondom de Mont Lozere (1699 m). In de zuidelijke Cevennen is het de Mont Aigoual (1567 m) die de meeste aantrekkingskracht uitoefent. Gemakshalve spreekt men van de noordelijke Cevennen (Mont Lozere) en de zuidelijke Cevennen (Mont Aigoual). Het begrip Cevennen dekt vele ladingen. Zo spreekt men van het bergland van de Cevennen, van het Parc National des Cévennes (natuurpark) of in een brede zin van de Cevennen als streekbegrip. Bestuurlijk bekeken, behoort 50 procent van de Cevennen (in grote trekken is dit de noordelijke kant) tot het departement van de Lozere. Veertig procent ligt in het departement van de Gard (de zuidelijke Cevennen) en nog eens 10 procent behoort bij de Ardeche.

Sinds 1970 is het centrale gedeelte als nationaal park erkend en beschermd. In dit Parc National des Cévennes - 91.400 hectare grootleven en werken slechts 600 mensen. Het aangrenzende gebied heeft een oppervlakte van 237.000 hectare en daar wonen ca. 41.000 mensen. Meteen is duidelijk dat deze streek erg dun bevolkt is. Het creeren van een nationaal park houdt in eerste instantie de bescherming van de natuur in.

Cevennen en caussesDaarom worden er ook strikte overheidsbepalingen opgelegd. Zo mogen alleen autochtonen bloemen, planten of wilde vruchten plukken. Het wild kamperen is er verboden en vuur maken wordt met zware straffen beboet. Ook de jacht is er strenger gereglementeerd. Daarenboven willen de Franse overheden het eigen karakter van een streek behouden om voornamelijk de oprukkende grondspeculatie tegen te houden. Je moet nu ook niet gaan denken dat je in een keurig stadspark rondloopt.

De natuurlijke omstandigheden zijn in de Franse natuurparken gebleven en dat is maar goed ook. Westelijk van de Cevennen zijn er nog de causses. Het zijn dorre hoogvlakten (800 tot 1200 m boven zeeniveau) die schaars met struikachtige gewassen of laagstammige dennebomen begroeid zijn. Op die dorre velden grazen de schapen. In de winter raast de wind over de vlakten, tijdens de zomermaanden schroeit de zon de laatste sprietjes gras weg. Er wordt onderscheid gemaakt tussen 'grands' en 'petits causses', maar dit wijst enkel op de uitgestrektheid van die plateaus.

Belangrijke grands causses zijn: de Causse Mejean, de Causse du Larzac (1400 km2), de Causse du Sauveterre en de Causse Noir (200 km2). Alleen deze laatste is min of meer bebost.

HCevennen en causseset ruwe bergland van de Cevennen wordt gekenmerkt door gekartelde bergruggen en die noemt men 'les serres'. Dit zul je direct merken als je dieper het binnenland intrekt. De diep ingesneden ravijnen heten 'les valets'. Tussen de 600 en de 900 meter groeien de tamme kastanjes, in de volksmond heten die 'les chataigniers'.

In de noordelijke Cevennen (rondom de Mont Lozere) bestaat de ondergrond uit graniet. In het zuiden verheffen de leisteenformaties zich hoog boven het landschap uit. Er tussendoor vind je nog enkele schaarse kalksteenrotsen, voornamelijk in de buurt van de belangrijke rivieren.

In de buurt van l'Hospitalet en Barre-des-Cevennen vind je nog enkele 'petits causses', maar die zijn toch veel minder dor dan de echte causses. Overal vind je hoogteplateaus, rotsformaties, maar ook bosrijke gebieden. Belangrijke bosgordels vind je o.m. in de buurt van de Mont Lozere en de Mont Aigoual en dat is maar goed ook.

Op die manier loop je nog eens in de schaduw, beschermd tegen de felle zonnestraling. Tot ca. 1000 meter hoog zijn er naast de chataignier (tamme kastanje) ook nog de zomereik, de den, de beuk, de berk en dergelijke. Boven de 1000-metergrens zijn er de zogenaamde 'garrigues', typisch voor heel Zuid-Frankrijk.

Cevennen en caussesOp de hogergelegen bergflanken wordt de begroeiing schaarser. Die 'garrigues' bestaan dan hoofdzakelijk uit: jeneverbesstruiken, brem, buksboompjes en heidekruid. Zelfs in het binnenland van de Cevennen zijn er enkele merkwaardige deelstreken, o.m.: la Vallee Française, Montagne de la Vieille Morte, Montagne du Bouges, la Vallee Borgne, en dergelijke. Aan landschappelijke verscheidenheid is er in de Cevennen geen gebrek.

De causses hebben een poreuze ondergrond. Die bestaat uit kalk en mergel (fijnkorrelige kalkresten die vermengd werden met klei). Vandaar dat je in deze streken nogal wat ondergrondse holen, grotten en rivieren vindt. De hoogteplateaus worden doorsneden door diep uitgeschuurde rivierbeddingen. De schrale bodem is niet geschikt voor akkerbouw. Schaapskuddes vind je er wel. Die brengen wol, vlees en kaas (geitekaas en Roquefort) op.

Vanzelfsprekend gaat het hier telkens om een kleinschalige aanpak. Echte grote hoeven vind je hier niet. Kenmerkend voor de causses zijn ook de 'lavognes' of 'lavagnes'. Het zijn kunstmatig aangelegde waterplassen die dienst doen als drinkwaterreservoirs voor de dieren. De 'sotchs' zijn dan weer natuurlijk ontstane poelen met een beetje groen er omheen. Soms kunnen kalkrotsformaties eigenaardige en indrukwekkende vormen aannemen. Die vind je in de buurt van de canyons, de diep door erosie uitgeschuurde dalen. De begrippen causses en Cevennen worden vaak door elkaar gehaald. In de breedste betekenis, zullen de bewoners van de causses zich ook Cevenols (dat zijn de inwoners van de Cevennen) noemen. Herman van Hilst Wandelgids voor de Cevennen en Causses.

 

 

Voorheen was L'Etoile een toeristisch Hotel met een prachtig park eromheen langs de rand van de rivier Allier gelegen in La Bastide-Puylaurent tussen de Lozère, de Ardèche en de Cevennen in de bergen van Zuid Frankrijk.

Voorheen was L'Etoile een toeristisch Hotel met een prachtig park eromheen langs de rand van de rivier Allier gelegen in La Bastide-Puylaurent tussen de Lozère, de Ardèche en de Cevennen in de bergen van Zuid Frankrijk. Kruising van de GR70 Stevenson route, GR7, GR72, Le Cévenol, GR700 Regordane Weg (St Gilles), Margeride Rondeweg, GR470 Allier Wandeltocht, Montagne Ardéchoise Rondeweg en veel kleine luswandelwegen.

Copyright © les.cevennes.free.fr