Wandelroute: De Tour de l'Aubrac vertrekt normaal in Aumont-Aubrac (gite, hotels, complete bevoorrading) loopt eerst zuid-westelijk via de Gilbertes en vervolgens langs les Rajas, Aubrac, Laguiole, St-Urcize, Fournels en terugnaar Aumont-Aubrac.

 

Langs de ruige berghellingen van de Aubrac

Aubrac is een middelgebergte (1000 tot 1400 m hoog) van vulkanische oorsprong en maakt deel uit van het Centraal Massief. Ongeveer 300 miljoen jaar geleden werd dit gebergte in het Carboon- en Permtijdperk gevormd. Nadien werd het herhaaldelijk dooreen geschud tot het zijn huidige vorm aannam. Het Centraal Massief kent vêle uitlopers en één daarvan is het Aubracgebergte. Het is een nogal ruw landschap waar weiden, bossen, maar ook rotspartijen elkaar afwisselen. De winters zijn er hard en sneeuwrijk. Regen, mist en een stevige bries kunnen er vanaf het vroege voorjaar tot eind mei voor komen. Het relatief zachte lenteweer komt pas in juni, maar ook dan is fris weer niet uitgesloten. Langs de eenzame hoogten van de Aubrac zul je maar weinig mensen ontmoeten. Bij de start al kom je eerder langs afgelegen gehuchten en eenzame boerderijen. Pas later op je tocht zul je wat meer comfort vinden in enkele kleinere stadjes.

De Romeinen kenden de ondoordringbare hoogten van de Aubrac al. Hun heirweg de Via Agrippa die van Toulouse naar Lyon liep, kwam rakelings langs het Aubracplateau. Ook de middeleeuwse pelgrims uit de 11 de en 12de eeuw kenden de onbetrouwbare Aubrac-hoogte maar al te goed. Onderweg naar het verre Santiago de Compostela (GR65) in Spanje vertrokken zij al vroeg in de lente in de stad Le Puy en Velay om via Conques, Cahors en Moissac de Pyreneeën te bereiken. Zijn bekendheid dankt Aubrac aan de Vlaamse edelman Adalardus, burggraaf van Vlaanderen. Die stichtte er in 1120 een hospice waar vermoeide pel­grims en andere passanten onderdak konden vinden.

Burons et buronniers
Menselijke activiteiten zijn hier eerder schaars en beperken zich tot veeteelt en het aanmaken van régionale kaassoorten. Plaats van handeling is meestal de 'buron'. Het is een soort werkhoeve, half weggedoken in de plooien van het bergachtig landschap. Je vindt ze ook terug op de topografische kaarten. Midden in de weide omringd door enkele schaarse bomen staat soms een laag stenen gebouw met afhangend dak. Als bouwmaterialen gebruikt men de grote, ruwe stenen uit de streek. Het interieur is erg sober gehouden. De grote binnenruimte met open haard is tegelijk zit, eet en werkruimte. Achteraan in het gebouw is er een houten optrekje dat moet dienen als slaapplaats.

In de kleinere aanpalende gebouwen wordt het zieke vee en het gereedschap ondergebracht. Tijdens de zomermaanden als het vee in de hoger gelegen weiden graast, zullen de 'buronniers' hier hun werk verrichten. Een equipe of ploeg bestaat uit twee tot zes mensen en ieder heeft zijn eigen taak. Behalve het vee verzorgen, wordt er ook kaas gemaakt. De zogenaamde streekkazen Laguiole of Cantal worden hiergeboren. Rasechte Buronhoeven zijn intussen schaars geworden.

Terwijl er in 1965 nog 61 burons actief waren, zijn het er nu nog siechts vijf. Wat wel gebleven is, is het stevige koeienras van de Aubrac. Je moet die beesten aan het werk zien om dit te begrijpen. Bij ons zijn koeien logge en moeizaam bewegende beesten, die je meewarig aankijken.

In de Aubrac is dit anders. Meestal blondbruin getint, voorzien van een fijne kop met harmonieuze horens kijken ze je met hun donkere ogen vastberaden aan. Het is een sterk ras en dit moet ook wel om in dit ruige bergland goede overlevingskansen te hebben. Overigens worden deze koeien niet gehouden omwille van de meikproduktie - siechts een klein gedeelte wordt gebruikt voor de kaasproduktie - hun melk dient overwegend als voeding voor de opgroeiende kalveren.

25 Mei is een bijzondere dag voor de koeien en mensen van de Aubrac. Op die dag verlaten de kuddes hun winterkwartier en worden zij stoetsgewijs naar de hoger liggende weiden gebracht. Daar blijven zij dan, in weer en wind tot midden oktober.

Ook dit veebestand is de laatste jaren nogal uitgedund, maar stabiliseert zich nu op ca. 50.000 stuks.

De route
Eigenlijk kun je deze rondwandeling overal starten. Om praktische redenen wordt meestal in Aumont-Aubrac gestart. Immers, dit stadje is gunstig gelegen aan de route nationale 9 en er is ook een station met rechtstreekse treinverbindingen van en naar Parijs. Je kan er ovemachten hetzij in hotels, hetzij in een gîte d'étape en je bevoorraden hoeft ook geen probleem te zijn. Even loopt de wandelweg in zuidwestelijke richting met als volgende halteplaats le Gilbertès (gîte, repas randonneur). Hier heb je wel bevoorradingsproblemen. Tot in Laguiole vier dagmarsen verderop - zijn er geen bevoorradingsmogelijkheden. Wel vind je op deze route heel veel gîtes d'étape (meestal met open haard) waar je 's avonds tegen een geringe vergoeding een warm avondmaal kan krijgen. In andere gevallen kan je altijd bij de boer terecht voor (beperkte) bevoorrading. Al deze gîtes zijn behoorlijk ingericht (douches, sanitaire inrichtingen, dekens voorhanden) en sommige zijn voorbeelden van landelijke architectuur en moderne binnenhuisinrichting.

Vanzetfsprekend moet je tussen Aumont-Aubrac en Aubrac wat klimmen, maar echt grote niveauverschilten zijn er niet. Onderweg wisselt het landschap. Aanvankelijk nogal ruig, later meer bossen en weiden met daarin njnderen van het zuivere Aubrac-ras. Na Laguiole kom je geregeld in kleinere lokaliteiten terecht, zodat bevoorrading en accommodatie geen problemen vormen. De weerssituatie kan weleens tegenzitten.

Ook midden in de zomer kan het in en rond de Aubrac winderig zijn, mist kan het zicht belemmeren, regenbuien komen weleens voor en frissere temperaturen zijn niet uitgesloten. Vergeet dus je regenponcho niet en neem gerust een warme trui mee.

Wil je echt genieten van het landschap kies dan de maand juni uit, dan staat de brem in bloei en is de bloemenpracht op zijn mooist.

Concreet:
Karakter: rondwandeling in een eenzame, dun bevolkte streek. Situering: Aumont-Aubrac (dép. Lozère) ligt aan de N9 ten zuiden van St-Flour.
Openbaar vervoer: In Aumont-Aubrac is er een station aan de lijn Parijs - Béziers via Neussargues en Clemnont-Ferrand. Tijdens de zomermaanden is er een nachttrein die Aumont-Aubrac rechtstreeks met Parijs verbindt.
Wandelroute: De Tour de l'Aubrac vertrekt normaal in Aumont-Aubrac (gite, hotels, complete bevoorrading) loopt eerst zuid-westelijk via de Gilbertes en vervolgens langs les Rajas, Aubrac, Laguiole, St-Urcize, Fournels en terugnaar Aumont-Aubrac. Deze tocht is 148 km lang of 39 uur lopen, goed voor 9 dagtochten. Het is een lourde Pays', dus ditmaal geen witrode merktekens, maar wel geelrood. Op sommige plaatsen loopt deze omloop samen met de bekende GR's 65, 6 en 60. De markering is voortreffelijk.

Klimaat: Ideaal in juni als de brem in bloei staat. Vanwege de drukte op deze route nog net te doen tot half juli. Dus te mijden tijdens de tweede helft van juli en in augustus. In september is er weinig neerslag, blijft het weer veelal stabiel en mooi, maar de nachten kunnen al fris uitvallen. Alleszins warme kleding meenemen.

Moeilijkheidsgraad: Omdat er overal gîtes te vinden zijn, kun je gemakkelijk dagetappes van 15 tot 20 km aanhouden. Tussen Aumont-Aubrac en Laguiolezijn ergeen bevoorradingsmogelijkheden. Wel kun je in alle gîtes een warme maaltijd gebruiken of levensmiddelen bij de boer inkopen. Echter, de refuge Buron des Rajas (tweede halteplaats na Aumont-Aubrac) is slechts geopend van 15 juni tot 15 september. Echt grote hoogteverschillen zijn er niet. Het hoogste punt op je route is Croix de la Rode (1377 m).

Kaartmateriaal: De topogids Tour des Monts d'Aubrac geeft duidelijke informatie en veel streekgegevens. Als overzichtskaart kan je de topografische kaart op schaal 1:100.000, het deeltje 'nr. 58, Rodez-Mende gebruiken.

Landschapsbeeld: Nogal bosrijk gebied, afgewisseld met weiden op de grens van de departementen Lozère, Cantal en Aveyron. Bergachtig gebied tussen 1000 en 1380 m hoogte. Mooie vergezichten.

Accommodatie: Er zijn heel veel gîtes op je route, zodat je ook bij slecht weer onderdak (en warmte) kunt vinden nl. in: Aumont-Aubrac, le Gilbertès, Buron des Rajas. Aubrac, le Vayssaire, Saint-Urcize, la Chaldette, Saint-Juery, Foumelsen Fau-de-Peyre. In kleinere lokaliteiten vind je ook hotels en restaurants met gunstige prijzen. Vergeet vooral niet de régionale keuken uit te proberen. Er is de Laguiole- en de Cantalkaas en de 'fourgasses' een soort taart met als voomaamste bestanddelen bloem, pruimen, melk en eieren. Tenslotte moet je beslist de 'Aligot' proeven. Dit is een aardappelpuree aangemaakt met boter, verse melk en jonge kaas.

Info: Vraag aan ADECA (l'Association pour le Développement Economique et Culturel de l'Aubrac) Mairie de Saint-Urcize, F-15110 Chaudes Aigues, het vouwblad Tour de l'Aubrac, Randonnées Pédestres' aan.
Office Départemental de Tourisme de la Lozère 4, Place Urbain V, b.p. 4, F- 48002 Mende/Cédex.

Suggestie: Wil je het nogal lastige gedeelte tussen Aumont-Aubrac via les Rajas naar Aubrac vermijden, dan kun je ook de pelgrimsroute GR 65 (witrood) volgen tot in Aubrac. Vanaf Aumont-Aubrac kun je dan via Nasbinals in 9 uur of 36 km, d.i. twee dagmarsen, Aubrac bereiken. Je vindt dan onderweg ovemachtings- en bevoorradingsmogelijkheden nl. in Montgros (gîte, restaurant), Nasbinals (gîte, hotels, bevoorrading) en Aubrac (gîte, hotels, geen bevoorrading). Je totale route wordt dan 12 km korter of in uren uitgedrukt 3 u minder lopen. Herman van Hilst Wandelgidsen "Zuid Frankrijk Vijftien trektochten".

Voorheen was L'Etoile een toeristisch Hotel met een prachtig park eromheen langs de rand van de rivier Allier gelegen in La Bastide-Puylaurent tussen de Lozère, de Ardèche en de Cevennen in de bergen van Zuid Frankrijk.

Voorheen was L'Etoile een toeristisch Hotel met een prachtig park eromheen langs de rand van de rivier Allier gelegen in La Bastide-Puylaurent tussen de Lozère, de Ardèche en de Cevennen in de bergen van Zuid Frankrijk. Kruising van de GR70 Stevenson route, GR7, GR72, Le Cévenol, GR700 Regordane Weg (St Gilles), Margeride Rondeweg, Allier Wandeltocht, Montagne Ardéchoise Rondeweg en veel kleine luswandelwegen.